Levenskunst bij het 't Zuiderstee
Zelfstandig wonen met een jasje eromheen
Mensen moeten bij ´t Zuider Stee zoveel mogelijk architect en regisseur van hun eigen leven kunnen zijn. Dat een mens gedurende het hele leven kwetsbaar, potentieel behoeftig en soms afhankelijk is van de zorg van anderen, staat daarbij minder op de voorgrond. ´t Zuider Stee probeert in haar organisatie juist zeer bewust niet alles te organiseren, niet alles te beheersen, maar een zekere speelruimte te bewerkstelligen. Regels, protocollen, richtlijnen en reglementen hebben naast voordelen namelijk ook zeer veel nadelen, zeker als een organisatie van Dionysische1 elementen wil profiteren.
- nadruk op eigen regie en op de dingen die (nog) wel kunnen, voor zowel de cliënt als de medewerker;
- nadruk op de leuke dingen in het leven: een positieve grondhouding, omgeving en sfeer;
- nadruk op zelfwerkzaamheid en gebruik van eigen capaciteiten en het scheppen van de mogelijkheden daartoe;
- nadruk op een speciale manier van sociale interactie in extended family-verband in levensloopbestendige complexen.
De extended family
De huidige generatie geëmancipeerde cliënten en hun familie willen begrijpen waarom dingen gaan zoals ze gaan. Ze willen weten wat de mogelijkheden en beperkingen van de organisatie zijn in haar aanbod op woon-, zorg- en welzijnsgebied. Dit vraagt om een open communicatie op basis van gelijkwaardigheid tussen cliënten, familie, medewerkers en vrijwilligers. Het vraagt om een open en inventariserende benadering van problemen en kansen en een flexibele en communicatieve gerichtheid op cliëntvertegenwoordigers en medeaanbieders.
Wij willen graag gebruik maken van het beeld van de extended family om uit te drukken dat er geen essentieel onderscheid wordt gemaakt tussen medewerkers van diverse pluimage, cliënten, mantelzorgers en vrijwilligers. Ieder heeft zijn of haar aandeel in het integrale product en het daarmee verbonden imago. ´Ja´ zeggen roept ´ja´ zeggen op bij de ander, en de daaruit voortvloeiende positieve sfeer is een goede voedingsbodem voor het gezamenlijk zoeken naar oplossingen en compromissen.
De ja-cultuur als ´use it or lose it´-stimulans is zeer belangrijk. Bij het propageren van het zelf doen van dingen is het vaak zo dat een cliënt gevaar loopt. Wie thee zet, kan kokend water over zijn hand krijgen. Wie boodschappen doet, kan beroofd worden. Wie loopt, kan vallen. De verzorgers hebben in hun bezorgdheid de neiging deze negatieve effecten te elimineren door deze werkzaamheden af te raden, waardoor ze een nog groter onheil over de cliënten afroepen.
Het gaat hier niet om een eenvoudig en rechtlijnig productieproces, maar om het faciliteren van formele en informele hulpverleningsnetwerken, waarin processen voor een groot deel zelfsturend verlopen en slechts voor een zeer beperkt deel beheersbaar blijken.
Het concept van de ruimtelijke omgeving
De kans dat interactie regelmatig plaatsvindt, kan vergroot worden door het concept van de ruimtelijke omgeving te heroverwegen. Volgens Roizen is het opvallend dat de meeste studies - onder andere van basislegger Osler - de voordelen van huisdierbezit zien in fysiologisch nut. Het huisdier blijkt vooral de vervulling van de behoefte aan gehechtheid te zijn. Dit is in overeenstemming met de beschreven rollen van huisdieren: de vriend, het kameraadje, het liefdesobject, de hechtingsfiguur, voor iemand kunnen zorgen, voor iemand nodig en verantwoordelijk zijn.
Het is nu eenmaal prettiger in een enigszins chaotische, door de leefwereld beheerste, vrolijke omgeving te werken dan in een door de systeemwereld geregelde klinische hospitaalomgeving waar regels en verboden de overhand hebben en vrolijkheid ver te zoeken is. Het op gelijk niveau met elkaar omgaan, als in een familieverband, heeft zoals ieder organisatorisch principe wel enkele nadelen, maar de voordelen van intensief menselijk contact tussen alle categorieën overheersen.
De eigenwaarde van de cliënt
De nadruk op menselijk geluk, levensloopbestendigheid, empatisch design, de extended family, eigenwaarde, excitement, het ´use it or lose it´-principe en de ja-cultuur zouden we als uitgangspunt willen hanteren. Er is ruimte voor levensbeschouwelijke fundering in begrippen als gelijkwaardigheid, diversiteit, duurzaamheid en authenticiteit. Men erkent dat zorg en welzijn met normen en waarden te maken hebben en zoekt middelen en vormen om daarmee om te gaan.
Mensen hebben elkaar nodig. Daarbij gaat het niet om medelijden, dat mensen soms eerder krenkt dan steunt, en zeker niet om betutteling. Het gaat om kleine verbeteringen, gedragen door eigen vindingrijkheid van cliënten en medewerkers. Mensen kunnen beter gesteund worden hun eigen krachtbronnen aan te boren en in staat worden gesteld zichzelf te helpen. Verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leven.
Men woont nog steeds zelfstandig in een eigen huis, met de eigen spullen en eigen zeggenschap. Het blijft een volwaardig en compleet leven met een op individuele behoeften en mogelijkheden afgestemd mengsel van zelfstandigheid en ondersteuning. Cliënten moeten zelf zoveel mogelijk hun eigen boontjes blijven doppen. Zij kunnen daarbij echter wel hulp inroepen, in de gewenste kwantiteit en kwaliteit, ook als die van buiten komt.
Budgettering en personele problemen dwingen echter nog vaak tot taakgericht handelen, waarbij zorgminuten zwaarder tellen dan de niet in tijd te begroten momenten van persoonlijk contact. Immateriële behoeften laten zich niet persen in rekenschema´s zoals die gebruikt worden om de benodigde zorgminuten of de vereiste woonvoorzieningen uit te rekenen. Toch zouden we dit in de zorgplannen voor het ZPP CIZ moeten doen. Lastig, omdat het niet past bij onze visie.
De rol van de manager
Managers zijn in dit geheel veel meer onderdeel van de stroom. Zij staan vooral voor de taak om de juiste context te scheppen, in plaats van controle en beheersing te genereren. Leiderschap houdt dan mede in dat er een verhaal is dat anderen in staat stelt coherent te denken en te handelen. Op deze manier kan er een gezamenlijk verhaal ontstaan dat richting geeft aan ervaringen en deze betekenisvol maakt. Om dit te bereiken is er een type manager nodig dat in staat is om de centrale waarden en betekenissen zelf uit te dragen.
De rol en houding van de medewerker
Het kweken van een diepgaande gezamenlijke mentaliteit en bijpassende werkhouding gaat niet van vandaag op morgen. Het vraagt om specifieke implementatietechnieken, die min of meer onafhankelijk zijn van het denkniveau van medewerkers met hun specifieke deskundigheden en cliënten met hun sociale netwerken. Daarbij vraagt het ook een bepaalde mentaliteit van medewerkers: antibureaucratie en op vernieuwing en experimenten gericht. Dit soort medewerkers kan overigens uitstekend gecoöpteerd worden.
Medewerkers in de zorg proberen uit efficiencyoverwegingen en uit verkeerd geïnterpreteerde medemenselijkheidoverwegingen zoveel mogelijk voor de cliënten te doen, voor hen te zorgen. Er wordt niet zozeer gekeken naar wat mensen nog wel kunnen, desnoods door het iets anders aan te pakken of met hulpmiddelen te werken, maar nadruk gelegd op wat mensen niet kunnen. Medewerkers proberen daarbij de patiënt alles uit handen te nemen. Een bijeffect is dat men zo zelf patiënten creëert.
Als de extrinsieke motivatie meer informerend, waarderend of enthousiasmerend is, bijvoorbeeld door feedback te geven over wat iemand wel kan, kan een beloning wel degelijk een positief effect hebben. Mensen met initiatief pakken zaken overigens intrinsiek al vaak op, voordat externe krachten hen sturen. Zij acteren dus al voordat ze in feite extrinsiek gemotiveerd worden. Daarbij blijkt dat problemen die ze zelf ontdekt hebben eerder op creatieve wijze worden opgelost dan problemen die hen aangerekt worden.
Zo blijkt geregeld dat medewerkers passief worden als hun seniormanagers zichzelf, vaak met enige trots, beschouwen als probleemoplossers die besluitvaardig actie ondernemen. Werknemers op lager niveau raken er daardoor aan gewend dat hen verteld wordt wat ze moeten doen en worden zelf steeds minder gemotiveerd. Er dient, net als bij cliënten, ruimte te zijn om activiteiten zelf te initiëren en aan te pakken. Alleen op deze manier kun je vermijden dat werknemers passief worden en hun creatieve prestaties achteruitgaan. Als het individu zich aangemoedigd voelt en alert en vrij is om van zijn volledige range van capaciteiten gebruik te maken, zal een serendipisme3 eerder boven komen drijven.
- De term ´Dionysisch´ is ontleend aan de Griekse god Dionysus en betekent ´extatisch´ (ondoordacht, onrustig, onbeheerst). Het tegenovergestelde wordt meestal aangeduid met ´apollinisch´ (doordacht, rustig, beheerst). Deze termen worden vaak gebruikt om een geestesgesteldheid aan te duiden bij een benadering van een uiting (beeld of geluid).
- Zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid.
- Gave om door toeval en intelligentie iets te ontdekken waar men niet naar op zoek is.